Het Huis in de Spanjaardstraat (2) - De Schotse Lady

Posted Dec 25, 2008 by bernauw / comments 0 comments / Print / Font Size Decrease font size Increase font size

Deel 2 van een griezelverhaal in afleveringen over Brugge-die-Stille, Bruges-la-Morte.

Lees hier Aflevering 1 van het griezelverhaal dat zich afspeelt in Brugge en/of speel hier het stadsspel De Spoken van Brugge.

2. De Schotse lady

Een kleine nachtmuziek weerklinkt in het huis aan de Spanjaardstraat, nummer zeventien, ook wel Den Noodt Godts genoemd.

Kinderen uit de buurt klimmen op elkaars schouders om een glimp op te vangen van de vleugelpiano, die door de laatste bewoners werd achtergelaten. Het deksel van het klavier is open geslagen. Voor de vleugel houdt een pianostoeltje trouw de wacht. En iedere nacht weer klinkt die prachtige ingetogen muziek door de straat.

Jaja, luister maar, maatje... En kijk rustig rond. Op dit middernachtelijke uur zul je in het hele huis geen levende ziel te zien krijgen. In alle vertrekken is het aardedonker, behalve dan in de kamer waar de piano staat die iedere nacht dezelfde wondermooie melodie speelt, gevangen in een web van wit licht.

Eine kleine Nachtmusik van Wolfgang Amadeus Mozart.

Wat zeg je? Dat je de pianist niet ziet? Dat de toetsen van het instrument niettemin op en neer gaan, door onzichtbare vingers beroerd?

Zo is het, maatje... Zo is het.

Vreemd hé?

En kijk daar... Een mooie jongedame danst op de tonen van Een kleine nachtmuziek dwars door de gevel van het huis aan de Spanjaardstraat. En ze verdwijnt in de nacht en de nevel. Zie je?

En hoor je? Hoor je het ratelen van de wielen van een koets op de glanzende kinderkopjes van de Spanjaardstraat? Een prachtig rijtuig verschijnt om de hoek. Het is bespannen met twee gitzwarte paarden. Op de bok zit een sinister heerschap - donker, oud, somber. Het heerschap treuzelt even, legt dan de zweep over de paarden en...

Als je ooit de behoefte zou voelen deze koets en koetsier te volgen, maatje... Iedere nacht weer lossen ze op in de ondoorgrondelijke spiegel van het Minnewater...

Men zegt dat de mooie jongedame een Schotse lady was. Dat zij in het huis aan de Spanjaardstraat ooit Een kleine nachtmuziek speelde voor een vriend - een afstammeling van de Menapische druïden die hier vroeger woonden.

Deze vriend, die druïde, had zich gespecialiseerd in het vervaardigen van ‘wassen poppen des doods’. Ooit gehoord van...? Nee? Luister dan...

Heksen en tovenaars, maatje, werden destijds wel vaker ingeschakeld om een of andere ‘liefdesbewerking’ tot stand te brengen. Door hun tussenkomst kon een grote liefde veroverd of een gebroken hart gewroken worden. Een hinderlijke echtgenoot zou dan plotseling hevige pijnen lijden, met de dood tot gevolg.

De wassen poppen des doods kregen een gewijde hostie mee, een stukje kledij, een lok haar, een afgeknipte nagel of zelfs uitwerpselen van de te treffen persoon. De beeldjes werden gedoopt met de naam van het slachtoffer en daarna onder de verschrikkelijkste verwensingen doorstoken met gloeiende of giftige spelden.

De Schotse lady verzocht haar vriend een wassen beeltenis te gebruiken tegen een chagrijnig stuk chirurgijn. Dat was haar liefste koosnaampje voor haar oude rijke echtgenoot. Maar het chagrijnig stuk chirurgijn vermoedde wat en verving zijn afgeknipt stuk vingernagel door een lok haar van de verdorven druïde.

Ik heb me laten vertellen dat het chagrijning stuk chirurgijn met een versgeslepen slagermes achter zijn Schotse lady aan ging, terwijl haar druïde bezweek onder helse pijnen. Dat de Schotse lady onderdook in het Begijnhof en dat haar echtgenoot zijn wraakzucht wegspoelde met brandewijn in verre buitenlanden.

Men fluistert dat ze berouw kreeg en iedere dag boete deed voor haar wandaad, terwijl ze slecht Frans en Engels door elkaar brabbelde met de begijntjes en ondertussen angstig door hun gordijntjes gluurde. Alsof ze verwachtte daarbuiten plots een chagrijnig stuk chirurgijn te zien opdagen, het versgeslepen slagersmes in de hand.

Ten slotte begon ze radeloos door de stad te dwalen. Dan kon men haar uit het Begijnhof zien komen en langs het Minnewater lopen. Je zag haar bij het paleis van Gruuthuse, bij de Dyver en de Basiliek van het Heilig Bloed en op het Biskajerplein. Ze hield even halt aan het leegstaande huis in de Spanjaardstraat waar ze ooit een kleine nachtmuziek speelde voor een verdorven druïde. Ze liep langs de lange Augustijnenrei naar het Zand en verdween uiteindelijk en iedere keer weer spoorloos in het aloude Begijnhof.

Steeds dezelfde route volgde de Schotse lady, alsof ze ergens op haar weg iets had verloren waar ze iedere dag weer naar op zoek hoorde te gaan. Soms kon men haar horen fluisteren: ‘Mijn lieve druïde... Waar is mijn lieve druïde gebleven?’

Wie haar op straat of op een plein, langs een rei of bij een kaai ontmoette, dacht onwillekeurige aan een verdwaalde toeriste. In de winter droeg ze onveranderlijk dezelfde zwarte paraplu en in de zomer dezelfde groene parasol.

Op een goede dag zag men haar echter nergens meer verschijnen, maatje. De politie stelde een onderzoek in. Een gendarme vond haar lichaam in dit huis aan de Spanjaardstraat, nummer zeventien. Het lag op haar bed, dat doorweekt was van het bloed, en hoe hard de gendarme ook zocht - haar hoofd was daar niet meer te vinden.

Ik heb gehoord dat het chagrijnig stuk chirurgijn dit lichaamsdeel op een vakkundige wijze van de rest van haar lichaam heeft gescheiden. Dat hij onverwachts was teruggekeerd uit een ver buitenland en dat hij zijn Schotse lady had aangetroffen, in gedachten verzonken voor wat ooit hun huis aan de Spanjaardstraat was geweest.

Men zegt dat hij - toen haar straf was voltrokken - met haar hoofd in de armen op de bok van zijn rijtuig is gesprongen, bespannen met twee gitzwarte paarden. En ten slotte weet men nog te vertellen, maatje, dat hij met koets en hoofd en al in het Minnewater is gereden.

Ja hoor, jij kunt daar ook nog steeds getuige van zijn. Als je dat wil, kun je haar in de winter nog steeds uit het Begijnhof zien verschijnen, haar zwarte paraplu in de hand. Of je kunt haar langs het Minnewater zien flaneren. Of, in de zomer, kun je haar in gedachten verzonken onder een groene parasol voor dit huis aan de Spanjaardstraat zien staan.

Ze verstopt zich achter een standbeeld of een hoge boom en springt dan plots te voorschijn. Als je schrikt, zal ze verlegen zwaaien met haar groene parasol of haar zwarte paraplu. Ze zal er zo écht uitzien dat je haar zou willen vragen waarom ze zo ouderwets gekleed gaat. Maar voordat je haar iets hebt kunnen vragen, heeft ze zich alweer haastig teruggetrokken achter een struik.

Misschien hoor je haar nog fluisteren: ‘O mijn lieve druïde... Waar ben je gebleven?’

En je draait je om, maatje... En er is al niemand meer...

Lees hier Aflevering 3.

Rate this Article:

Rating: 1.0/5 (1 votes cast)

  • Nothing Found!

    Why not submit your own content? Signup here.


* You must be logged in order to leave comments, please login or join us.

Comments

No comments yet.



Bookmark and Share
Sign up for our email newsletter
Name:
Email: